IM R.L. Burnside

Soms duurt het even voor nieuws ons bereikt. Zeker in deze dagen van hurricane Katrina en als het gaat om nieuws uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Zo duurde het ook even voordat het doodsbericht van R.L. Burnside tot ons doordrong. Burnside overleed donderdag op 79-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Memphis.
Gelukkig is het soms ook niet zo erg dat nieuws ons met vertraging bereikt. In het geval van Burnside past het ook wel. Tenslotte duurde het ook enige tijd voordat buiten Mississippi bekend werd dat de katoenplukkende Burnside ook aan de snaren kon trekken. Pas in 1991 nam hij zin eerste plaat op. Burnside was toen al 65, een leeftijd waarop de meeste mensen er juist mee kappen.
Toch was R.L. Burnside zeker geen muzikale laatbloeier. Toen hij in de jaren ’50 voor het eerst John Lee Hooker hoorde, kocht hij een gitaar en ging zelf muziek maken. Eerst in Chicago, later terug in Mississippi, waar hij overdag op het land werkte en ‘s avonds met zijn band de juke joints plat speelde. Met zijn nasale stem, te harde elektrische gitaar en drums, geheel eigen opvattingen over tonaliteit en vooral zijn gedreven stompende boogie, groeide Burnside uit tot een publiekstrekker op de bluesfestivals in Mississippi.
Toen hij in 1991 eindelijk voor Fat Possum ­- hij was de eerste artiest die tekende bij het label – zijn eerste plaat opnam, werd hij omarmd door collega’s als punk-bluesmannen Jon Spencer & The Blues Explosion, punkrocker Iggy Pop en de punk-rappers van de Beastie Boys.
Burnside vond het allemaal wel best. Voor hem was het belangrijkste dat zijn dertien kinderen zich niet in de vernieling hoefden te werken op de katoenvelden en dat zijn vrouw van een inkomen was verzekerd. Omdat snarenplukken nu eenmaal geen vetpot is, is dat laatste hem niet helemaal gelukt. Fat Possum is daarom maar een inzameling begonnen om weduwe Alice Mae van een pensioentje te voorzien.

Reacties

Reageer